Mechelen: woensdag, 24 juni 2026
Omdat de Mechelse industriële site zo belangrijk is, wordt ze in het voorjaar van 1944 als één van de eerste doelwitten uitgekozen. Op 4 maart 1944 zou het Arsenaal een eerste keer worden gebombardeerd. In de nacht van 12 op 13 april 1944 om 0.55 u om precies te zijn, kwamen voor het eerst Engelse bommenwerpers boven het Mechels grondgebied vliegen om een vernietigende opdrachtte vervullen. Ze dropten vijf brisantbommen, bedoeld voor de werkhuizen Erla in de buurt van de Geerdegemvaart en beschadigen er 48 huizen. De stedelijke brandweer, die snel ter plaatse was, kon drie gekwetsten onder het puin vandaan halen, doden vielen er niet.
Dit bombardement was slechts een voorproefje van wat de stad nog te wachten stond ...
Zwarte bladzijde in de Mechelse geschiedenis !
Op 17 en 18 april 1944 worden er door Britten en Amerikanen 96.000 pamfletten boven de stad uitgeworpen om te waarschuwen voor een op til zijnde aanval. In de vooravond van 19 april 1944 zien een groep spelende kinderen verschillende bommenwerpers in de richting van de stad vliegen. Wat volgt is veel minder idyllisch ...
Rond 19 u overvlogen 198 Amerikaanse B-26 bommenwerpers de stad en smeten lukraak vele honderden brandbommen, ze waren vooral bedoeld voor de Centrale Werkplaatsen van de Spoorwegen (het huidige Arsenaal), het spoorwegknooppunt van Muizen en de belangrijke spoorlijn van Antwerpen naar Brussel. De Amerikanen hebben hun aanval zo gepland dat ze Mechelen kort na de sluiting van het Arsenaal zouden bereiken, zodat de honderden arbeiders er niet aanwezig zouden zijn.
Omstreeks 18.40 u vallen de eerste bommen op de stad, 1250 brand- en 252 lichtere bommen. De Amerikanen droppen ook zogenaamde duizendponders, bommen van bijna een halve ton. 127 van die bommen komen neer op het Arsenaal of spoorweginstallaties, alle andere missen doel en vernielen de omgeving, met verschikkelijke beschadigingen aan de huizen.
De hel breekt los
Alles werd pikdonker, en dat 's avonds rond zeven uur in volle lente. Het zijn momenten van pure doodsangst voor duizenden Mechelaars. Alles is pikzwart van het roet en stof, overal zag je vlammen. Omdat de aanvoerlijnen voor water zijn vernietigd woeden de vele branden ongestoord verder.
De Mechelse brandweer is snel ter plaatse en krijgt hulp van naburige korpsen, maar er is weinig te beginnen tegen zoveel hevige brandhaarden. In totaal worden er zo'n 250 geteld, die diep in de nacht en soms zelfs nog tot de dag erop blijven branden. Er worden 362 woningen totaal vernietigd door het bombardement van 19 april 1944.
Het Arsenaal stond ook in brand, men kon de Leuvensesteenweg niet meer op. Wie kon helpen, hielp. Ongewone coalities werden gevormd. Duitse soldaten en Belgische burgers, brandweer, het Vlaamse- en Rode Kruis, politie, stadswerklieden ...
In de ochtend van 20 april 1944 is er al 400 man bezig met de opruimingswerken. Werkloze Mechelaars worden opgevorderd om mee te helpen. Mechelen is in rouw.
Dagenlang blijven gas, elektriciteit, telefoon en telegraaf afgesloten, de post wordt niet meer bedeeld, de riolering is onbruikbaar en belangrijke wegen zijn vernield. In het Mechelse Gasthuis lag een zaal vol met lijken. Maar het ergste moest toen nog komen …
Mechelen is in rouw
Op 22 april 1944 was er nogmaals een bombardement en werden de Oude St Gommarusstraat en de Galgenberg getroffen: balans 9 doden en 12 zwaar gekwetsten tot gevolg. Een tiental huizen werden verwoest.
De studiezaal van het Sint-Romboutscollege was ingericht als dodenkamer. De massaal bijgewoonde begrafenisplechtigheid vond plaats op maandag
24 april 1944 om 11u in de Sint-Romboutskathedraal. Ouders, kinderen, broers en zusters van de getroffenen kregen hiervoor via de bevolkingsdienst een toegangsbewijs met voorbehouden plaatsen in de kerk.
De nood was zo groot dat de secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid, samen met de secrtaris-generaal van het Ministerie van Financiën, bij besluit van 31 mei 1944 alle gemeenten met meer dan 3.000 inwoners verplichten tot de oprichting van een eigen brandweerkorps.
Overeenkomstig aan de Koninklijke Besluiten van 15 maart 1935 en 3 juli 1936, ook de gemeenten die tot dan hiermee in orde waren door het afsluiten van een hulpovereenkomst met één of andere gemeente.
Oorlogsgeweld
In de lente van het jaar 1944 nam het oorlogsgeweld door de vele vliegende bommen in onze regio duidelijk toe. De brandweer werd daardoor geregeld overstelpt met noodoproepen en kon ze niet alleen beantwoorden. Uit een brief van 20 april 1944 vanwege het stadsbestuur weten we dat de brandweer van O.L.V-Waver actief hulp verleende bij een tragische gebeurtenis.
Het groot bombardement
Een complete ravage, dat werd 1 mei 1944, een dag om nooit te vergeten toen rond middernacht, in twee opeenvolgende golven, honderden geallieerde vliegtuigen hun zware bommen over de stad uitstrooiden.
In de nacht van 1 op 2 mei 1944 is Mechelen opnieuw het doelwit van geallieerde bombardementen. Britse bommenwerpers viseren het rangeerstation van Muizen. De navigatie verloopt slecht, de bommen komen op het zuiden van de stad terecht, het hele oostelijke deel van de stad staat in lichterlaaie.
Er is schade aan de Brusselsesteenweg, de wijk rond de Brusselpoort waar de Groenstraat helemaal in puin ligt, de Tervuursesteenweg, Geerdegemveld, Stuivenberg, Dijle, Tichelrij, Leuvensesteenweg, Raghenoplaats, Hanswijkstraat, Lange Schipstraat, Bruul en de Persoonshoek die nagenoeg helemaal weggevaagd is.
Het groot bombardement is inderdaad het dodelijkst bombardement dat Mechelen tijdens de Tweede Wereldoorlog te verduren krijgt, maar cynisch genoeg is de schade aan de spoorweginstallaties vrijwel nihil. Een groot deel van de bommen viel verkeerd.
De nachtelijke hellebrand richtte een enorme schade aan: niet minder dan 416 woningen werden uitgebrand en 3.304 werden zwaar beschadigd.
De verliezen zijn nog groter dan op 19 april 1944: 171 doden en 123 gewonden. De Mechelse pompiers weten niet waar eerst blussen, maar met de middelen die ze ter beschikking hebben doen ze wat ze kunnen en leveren schitterend werk.
Puin ruimen
In de dagen die volgen, wordt de schade verder opgemeten. Honderden gebouwen moeten worden gesloopt. Stadspersoneel en arbeiders van het Arsenaal worden opgevorderd, ze riskeren ontslag indien ze zich niet aanbieden om te komen helpen. Op bevel van de Duitsers dienen alle mannen tussen 16 en 60 jaar zich op de Kommandatuur in de Bruul aan te melden om mee te helpen puin ruimen.
Op 6 en 7 mei 1944 werden de fabrieken van Ragheno en Rateau geviseerd, maar er vallen geen slachtoffers.
Op 11 mei 1944 kreeg de Duivenstraat haar deel met 11 doden, op 25 mei 1944 het Bruine Kruis en de Smisstraat, om uiteindelijk op 19 juli 1944 te eindigen. In de Hendrik Consciencestraat, Hamerstraat en Leuvensesteenweg waren heel wat huizen uitgebrand.
Jaarverslag
De stedelijke brandweer heeft ondanks de moeilijke omstandigheden waarin ze moesten werken schitterend werk geleverd, bekijk het jaarverslag : 1944-1945
De balans
Met zijn negen luchtaanvallen had Mechelen zijn deel van het bombardementen-leed wel gehad. In totaal hadden 347 Mechelaars er het leven bij ingeschoten en waren er 5.936 huizen verwoest of beschadigd.
Verschillende historische gebouwen worden de stad definitief ontnomen.
De tol die de Mechelaars voor de bevrijding moesten betalen was dus heel zwaar ...
Op maandag 4 september 1944 wordt Mechelen bevrijdt van de Duitse bezetter. Diezelfde avond komt de in 1941 afgezette burgemeester Charles Dessain terug naar Mechelen om zijn ambt weer op te nemen. Meteen geeft hij zijn diensthoofden opdracht lijsten aan te leggen van stadspersoneel dat zich tijdens de oorlog verdacht heeft gedragen. Bij de Dienst Rantsoenering die tijdens de oorlog van groot belang was, worden 27 van de 67 bedienden onmiddellijk ontslagen. Bij de politie stelt Dessain drie commissarissen aan die boven alle verdenking staan. Ook in het brandweerkorps zullen er ontslagen vallen. In totaal worden 2.280 Mechelaars die verdacht worden van collaboratie opgepakt en opgesloten.
Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell